Xinjiang, een regio in het noordwesten van China, verplicht Turkse Oeigoeren tot gratis arbeid en textielfabrieken profiteren: “Ook Europese winkels verkopen kledij afkomstig van gratis werkkrachten”

Xinjiang, een regio in het noordwesten van China, is van oudsher vooral bevolkt door Turkssprekende moslims, de Oeigoeren. De provincie is momenteel het toneel van een grootschalige onderdrukking. Naar schatting tot een miljoen Oeigoeren zijn vastgezet in ‘heropvoedingskampen’.

In China wordt de moslimminderheid al enige tijd geviseerd. In het uiterste westen zitten honderdduizenden tot zelfs een miljoen moslims -zonder enige vorm van proces- vast in kampen. Ze gaan er gebukt onder het werk, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat: vermomd als jobtraining, maar in feite gaat het om gedwongen arbeid.

Ongeveer een miljoen moslims huizen momenteel in de zogenaamde detentiekampen waar ze gedwongen worden tot zware arbeid. Vaak moeten ze aan de slag gaan in grote textielfabrieken waar ze veertien tot zelfs zestien uur per dag moeten werken, voor een hongerloon of helemaal niets. En dat is natuurlijk een gegeven waar de grote bedrijven van profiteren.

Het ziet er nu zelfs naar uit dat de bedrijven profiteren van de erg goedkope en zelfs gratis werkkrachten”, aldus John Kamm, stichter van Dui Hua, een mensenrechtenorganisatie gevestigd in San Francisco.

“De meeste kledij die gemaakt wordt door gedwongen arbeid blijft in Azië, maar een groot deel ervan belandt in Europese en Amerikaanse winkels.” Kamm vindt dan ook dat bedrijven zich moeten weren tegen materiaal dat afkomstig is van Xinjiang.

HLN, Twitter