Op 24 juli werd voor het eerst in 86 jaar opnieuw het vrijdaggebed gehouden in de iconische Hagia Sophia in Istanboel.

Op stukken vloer die niet gerestaureerd worden, werden speciale tapijten aangebracht, zoals dat in moskeeën gebruikelijk is. Toch ontbreekt er een tapijt. De vloer achter het verhoog waarop de muezzin zijn oproep tot gebed doet, bleef leeg.

“Dit lege stuk was de plek waarop keizers gekroond werden. Daarom hebben we hier geen tapijt aangebracht uit respect voor het historische erfgoed”, vertelt Coşkun Yılmaz, topfunctionaris bij de culturele en toeristische dienst van Istanboel.

Tot aan de verovering van Constantinopel (Istanboel) in 1453 was het gedurende 916 jaar een kathedraal. Daarna was het voor de eerste keer een moskee, tot 1934.

De volgende 86 jaar was het een museum. Naast een moskee is de Hagia Sophia ook een van de populairste toeristische trekpleisters in Istanboel en Turkije, voor zowel binnenlandse als buitenlandse toeristen.

In 1985 werd het bouwwerk op de Unesco-werelderfgoedlijst geplaatst. Op 10 juli vernietigde de Turkse raad van state het decreet uit 1934 waarin bepaald werd dat het bouwwerk voortaan een museum zou zijn.

Dat effende het pad voor een nieuwe omvorming tot moskee.

K.L.

(Bron: Hürriyet)