Foto: asielzoekers rusten langs de kant van de weg, nabij Moria, Lesbos, 11 september 2020.

Na de zware brand in het vluchtelingenkamp Moria op 9 september, proberen zo’n 12.000 migranten zich staande te houden in de velden en langs de wegen van het Griekse eiland Lesbos.

De voormalige inwoners van het notoir overbevolkte kamp zitten zonder voedsel of drinkwater, terwijl er ook nog een uitbraak van COVID-19 dreigt. Een permanente oplossing voor dit probleem wordt steeds dringender.

Sommige vluchtelingen sliepen langs de kant van de weg. Ze werden gedwongen riet af te snijden of gebruik te maken van enkele dekens die ze uit de vuurzee konden meenemen. Zo hoopten ze zich tegen de nachtelijke kou en de felle zon te beschermen.

Anderen hadden nog een tent of een slaapzak. The Associated Press (AP) beschreef de erbarmelijke omstandigheden waarin de vluchtelingen leven.

Freddy Musamba uit Gambia, die ook in Moria woonde, kan deze berichten alleen beamen.

“Al 3 dagen zitten we hier zonder eten en drinken. Deze omstandigheden zijn echt niet goed. De EU staat dit toe en laat ons in de steek. Alsjeblieft, help ons. Laat ons niet aan ons lot over. We voelen ons als achtergelaten kinderen. We hebben dingen meegemaakt die we ons niet voor mogelijk konden houden”, vertelt hij.

Besmet met COVID-19

De Griekse autoriteiten hadden het kamp tot en met half september in lockdown geplaatst toen bleek dat 35 inwoners besmet bleken met COVID-19.

Een eerste besmetting werd opgemerkt bij een Somalische man. Die had asiel gekregen en was naar Athene verhuisd, maar hij keerde later terug naar het kamp. Het vuur zou volgens Athene op 8 en 9 september zijn aangestoken door vluchtelingen die boos waren over de lockdown.

Het kamp had oorspronkelijk maar een capaciteit van ongeveer 2.750 inwoners, maar er woonden dus meer dan 12.500 mensen. Daardoor breidde het kamp ook uit naar een nabijgelegen olijfboomgaard.

De resten van afgebrand vluchtelingenkamp Moria.

Dat veroorzaakte natuurlijk de mensonwaardige omstandigheden waar hulporganisaties al langer over klagen, maar ook de spanningen tussen vluchtelingen onderling, en met de lokale bevolking die graag zou zien dat het kamp gesloten werd.

De EU slaagt er op dit moment niet in om een permanente oplossing te vinden voor het probleem op Lesbos. De bedoeling was dat de vluchtelingen over de Europese lidstaten verdeeld zouden worden, maar door de komst van honderdduizenden migranten bleek dat niet uitvoerbaar.

Sommige EU-landen lieten maar een beperkt aantal migranten toe, waardoor de overgrote meerderheid in voornamelijk Griekse kampen achterbleef. Nu hebben 10 lidstaten aangeboden om zo’n 400 onbegeleide minderjarigen uit Moria op te vangen.

Duits minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer liet weten dat met andere landen nog onderhandeld wordt. Frankrijk en Duitsland zullen allebei 100 tot 150 minderjarigen opvangen, hoewel dat getal nog kan wijzigen afhankelijk van de lopende onderhandelingen. Bovendien nam Athene enkele Duitse voorstellen aan om dakloze vluchtelingen ter plaatse te helpen.

In Moria woonden vooral Afrikaanse, Aziatische en Midden-Oosterse vluchtelingen die er aankwamen via Turkije.

Griekenland is sinds 2015 een van de belangrijkste toegangspoorten tot de EU. De overbevolking van het kamp, net als die van andere kampen op Egeïsche eilanden, wordt door critici gezien als een bewijs dat het Europese migratiebeleid faalt.

In 2016 sloten de EU en Turkije een verdrag waarin stond dat vluchtelingen op de Griekse eilanden zouden blijven tot hun asielaanvraag behandeld kon worden of tot ze weer naar Turkije konden.

Door de sterke toestroom van migranten, de vertragingen bij de asielprocedures en het wegvallen van de mogelijkheid tot uitwijzing, konden de slechte omstandigheden ontstaan. Griekenland vindt dat de EU te weinig doet om het land te helpen bij de opvang.

K.L.

Bron: Sabah