De in Turkije gevestigde Internationale Humanitaire Hulporganisatie (IHH) meldde dinsdag dat het noodhulp heeft verleend aan 110.000 Rohingya-moslims die vanuit Myanmar naar Bangladesh zijn gevlucht, na vervolging door de strijdkrachten van het land. In een verklaring zei IHH dat het tenten, voedsel, keukengerei en kleding naar meer dan 22.000 families heeft verspreid. Er zijn ook materialen geleverd die gebruikt kunnen worden om een onderdak te bouwen voor 250 gezinnen.

Ook werden er in vluchtelingenkampen zeven waterputten geslagen en de liefdadigheidsorganisatie zorgde voor vervoer voor ongeveer 30 gewonde vluchtelingen. IHH vice-voorzitter Vahdettin Kaygan zei in de verklaring dat ongeveer 10.000 kinderen verweesd zijn achtergebleven als gevolg van het voortdurende geweld in de staat Rakhine, die door het conflict is geraakt.

“Veel kinderen die zich verplaatsten naar Bangladesh hebben gezien dat hun ouders voor hun ogen worden vermoord”, voegt Kaygan eraan toe. Sinds 25 augustus zijn meer dan 420.000 Rohingya van de staat Rakhine in het westen van Myanmar overgestoken naar Bangladesh, volgens de VN. De vluchtelingen vluchten voor een nieuwe veiligheidsoperatie waarin veiligheidsmachten en boeddhistische bendes mannen, vrouwen en kinderen hebben gedood, huizen hebben geplunderd en Rohingya-dorpen hebben platgebrand. Volgens Bangladesh zijn ongeveer 3.000 Rohingya gedood door het hardhandige optreden.

Voortrekkersrol

Turkije vervult een voortrekkersrol in de hulpverlening aan Rohingya-vluchtelingen en president Recep Tayyip Erdogan heeft gezegd dat hij het probleem in de VN zal aankaarten. De Rohingya, die door de VN als de meest vervolgde minderheid ter wereld worden beschreven, zijn extra angstig sinds tientallen mensen door etnisch geweld in 2012 omkwamen.

Anadolu