Onlangs heeft de stad Istanbul bijna 1400 werknemers ontslagen zonder duidelijke reden. Zij protesteren nu en eisen gerechtigheid.

Een paar maanden geleden kreeg het stadsbestuur van Istanbul nog af te rekenen met lokale verkiezingen, die verstrekkende gevolgen hadden. Niet lang daarna kwam er een andere verrassende wending. Deze keer haalde het stadsbestuur het nieuws, omdat een groot aantal werknemers ontslagen werd met enkel en alleen een berichtje op hun gsm. Op die manier zijn duizenden mensen hun baan kwijt geraakt en zij worden aan hun lot overgelaten. Zij proberen nu hun stem te laten horen.

De ontslagen vonden plaats vlak na de vakantie van Kurban Bayramı (het Offerfeest). Daardoor werden veel mensen overdonderd door het nieuws toen ze uit verlof terugkeerden.

Het zwaarst getroffen departement is MEDYA AŞ. Daar werden 63 van de 184 personeelsleden ontslagen. Daarna volgt İETT, het bedrijf dat de trams en metro’s van Istanbul uitbaat, waar tegen eind augustus 850 chauffeurs moeten afvloeien.

Bij BELTUR vielen tot dusver 175 ontslagen. Bij ISPARK, een andere stadsdienst die de publieke parkeerterreinen beheert, werden 238 mensen de laan uit gestuurd.

Het totaal aantal ontslagen, over alle stadsdiensten heen, komt op 1400. Dat aantal is verrassend hoog, maar nog veel verbijsterender is dat de werknemers verklaren dat ze ontslagen werden zonder enige rechtvaardiging.

Naar verluidt schrijft hun contract voor dat de werknemers tot 31 augustus doorbetaald moeten worden, maar op het moment dat dit artikel werd geschreven, werd er nog niemand uitbetaald.

Officieel werd er geen reden opgegeven voor de ontslagen en dat is een onwettige handelwijze van het stadsbestuur, want het schendt de rechten van de werknemers. Desondanks heeft Mihriban, een werkneemster, zo haar eigen mening over de zaak. Volgens haar is het vooral een politieke beslissing.

“Ik geloof dat onschuldige mensen het slachtoffer zijn geworden van de onderlinge strijd tussen politieke leiders en partijen,” zegt Mihriban. “Ik steun de AK Partij [de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling] en ik ben daar heel open over. Maar ik was arbeidster, dus wettelijk gezien mocht ik lid zijn van gelijk welke politieke beweging. Wat ik in mijn vrije tijd doe, daar heeft niemand zaken mee,” benadrukt ze. Ze voegt eraan toe dat haar evaluaties op het werk altijd goed waren.

Sabah

S.V.R.