Afbeelding: Fevziye Çetinkaya zit voor het partijhoofdkwartier van de HDP in de provincie Diyarbakır

Fevziye Çetinkaya, een moeder, die beweert dat haar zoon door terroristen van de PKK werd ontvoerd startte een zitactie voor het provinciale hoofdkwartier van de Democratische Partij van de Volkeren (HDP) in de provincie Diyarbakır, in het Zuidoosten van Turkije. De HDP zou de PKK steunen. De moeder volgt daarmee het voorbeeld van een andere vrouw, Hacire Akar (zie foto onderaan), die weken om hulp riep omdat haar zoon vermist was.

Fevziye Çetinkaya gaf op 30 augustus de vermissing van haar 17-jarige zoon aan bij het provinciale directoraat voor veiligheid. Ze denkt dat hij met geweld naar de bergen is gebracht door terroristen van de PKK. Haar familie steunt haar zitactie voor het HDP-hoofdkwartier in het district Bağlar. Eind augustus begon Hatice Akar ook een sit-in. Zij deed dit omdat haar 21-jarige zoon eerder het HDP-hoofdkwartier was binnengegaan zonder er weer uit te komen. Ondertussen is de 49-jarige Akar weer verenigd met haar zoon, dankzij haar kreten om hulp. Daarmee is zij een voorbeeld geworden voor andere families die hun kinderen willen redden uit de klauwen van de terroristische groepering.

In 2011 was er al een zitactie in Diyarbakır. Families van kinderen die ontvoerd waren door de PKK kwamen er toen samen om hun ongenoegen te uiten over de houding van HDP-functionarissen. Er waren toen ook vertegenwoordigers van NGO’s (niet-gouvernementele organisaties) bij aanwezig die erop wezen dat het ontvoeren van kinderen om ze in conflicten in te zetten volgens de VN een misdaad tegen de menselijkheid is.

Ze beschuldigden de HDP ervan onverschillig te zijn voor het feit dat kinderen een geweer in handen geduwd krijgen en getraind worden om te vechten. Daarom toonden de betogers hun woede en vroegen ze de overheid om hulp.

HDP kwam al meerdere keren onder vuur te liggen omdat de partij belastinggeld doorsluisde naar de PKK, een terreurgroep die wereldwijd als zodanig erkend wordt. De burgemeesters van HDP en andere lokale functionarissen hebben fondsen misbruikt om de PKK te steunen en hebben PKK-sympathisanten in dienst genomen. Ze worden er ook van beschuldigd gemeentelijke diensten te ondermijnen zodat PKK-terroristen greppels konden graven van waaruit ze in juli 2015 soldaten en politieagenten konden aanvallen, toen de PKK een strategie van stedelijke oorlogsvoering aannam. Met die aanvallen werd een twee jaar durende periode van toenadering verbroken. De staf in door de HDP bestuurde gemeente heeft sinds juli 2015 ook actief deelgenomen aan terroristische aanslagen.

Hacire Akar beweert dat haar zoon, die al drie dagen vermist is, ontvoerd werd door de PKK. Ze houdt nu een sit-in voor het provinciale hoofdkwartier van de HDP (democratische partij van de volkeren) in de Zuidoostelijke provincie Diyarbakır.
De 70-jaar oude Hacire Akar, die al de hele nacht voor het gebouw zit, liet weten dat ze haar protest zal voortzetten zelfs al maakt ze een vermoeide indruk. “Mijn zoon ging het HDP-gebouw binnen en kwam niet meer naar buiten”, vertelde ze in het Koerdisch aan reporters, terwijl ze denk dat haar 21-jaar oude zoon met geweld naar de bergen werd gebracht. De HDP staat erom bekend de terroristische organisatie PKK te steunen en er nauwe relaties mee te hebben. Enkele vertegenwoordigers van Ngo’s uit Diyarbakır bezochten Akar en steunden haar protest. “We roepen de leiders van de HDP op om deze jonge man zo snel mogelijk terug naar zijn familie te laten gaan. Het is in strijd met menselijke waarden, de Islam en met de ethiek om hem een geweer in zijn handen te duwen”, zegt Yunus Memiş, het provinciale hoofd van de confederatie van bedienden (Memur-Sen), een vakbond.

Sabah