Mohamed Laghmouch

Onlangs keek ik een reportage over Mustafa Kemal. Ik wilde inzicht krijgen in de persoonsverheerlijking van de man die voor veel Turken het aardse overstijgt. De man geniet bijna mythische status. Haast profetisch.

De man die in 1881 het levenslicht voor het eerst ziet en voor vele Turken nooit gestorven is, zal veel Turken tot op de dag van vandaag voor altijd veranderen.

Zijn heilige status wordt in de hoofden van jonge Turken geëtst. Hij wordt op de lichamen middels tatoeages vereeuwigd en het Turkse straatbeeld hangt vol busten, standbeelden en afbeeldingen van de man.

Op 10 november stopt steevast om precies 9 uur 05 het hart van vele Turken. Ieder jaar weer als zijn dood herdacht wordt. Velen willen krampachtig vasthouden aan het oude. Toen Atatürk er nog was. Hoe zou Turkije eruitzien moest hij nog leven en aan het roer staan? Het is een vraag die ik me na het zien van de reportage blijf stellen.

Mustafa Kemal Atatürk

Turkije zou Turkije niet zijn zonder Mustafa Kemal. Dat staat buiten kijf. Zou er geen Atatürk zijn, dan zouden we waarschijnlijk Turkije in zijn huidige vorm niet kennen. En vooral daar zijn Turken trots op.

Ik herinner me nog mijn schooltijd nog beeldig. Ik zat in het vierde middelbaar samen met Turkse jongens en meisjes. Burak, die tot op de dag van vandaag een goede vriend is, is een Turk pur sang. Een raspatriot. De Turkse vlag wapper hoog en trots.

De Raki vloeit rijkelijk en ik durf te zeggen dat hij de vlag iedere ochtend salueert en er tranen over zijn wang rollen als het Turkse volkslied weerklinkt. Ooit kreeg hij het aan de stok met Seyit. Ook een Turkse jongen uit onze klas destijds. Ook een raspatriot. Ook een Turk pur sang.

Het was tijdens de les islam. Onze Turkse leraar, die ik enorm dankbaar ben, vraagt al lachend wie er volgens hem een prominentere plaats in ons leven heeft. Aan onze Turkse vrienden vroeg hij: de profeet Mohammed vrede zij met hem of Mustafa Kemal? En de Marokkanen mochten kiezen tussen onze heilige profeet, moge Allah ons met hem verenigen, of de koning van Marokko. Piece of cake, voor de Marokkanen althans. Unaniem schoven we de koning aan de kant. Yassine riep zelfs: “ik schuif mijn moeder aan de kant”.

De Turken hadden het veel moeilijker. Sommigen antwoordden zelfs niet op de vraag. De discussie die daarna losbarstte, was me er eentje die ik nooit zal vergeten.

Burak en Seyit. Hoofd tegen hoofd, oog in oog en neus tegen neus. De twee kemphanen moesten uit mekaar gehaald worden. Er werden in het Turks woorden naar mekaar geslingerd. Ik kan geen Turks, maar sommige woorden hebben geen vertaling nodig. Burak was woest omdat Seyit volgens hem Mustafa Kemals rol bagatelliseerde. “Hij is niet de grootste Turk aller tijden en al zeker niet mijn vader”, zou hij gezegd hebben in het Turks. En dat pikte Burak duidelijk niet. En ik vraag me af: waarom? Waarom zo’n personencultus?

Toegegeven: de man heeft veel voor Turkije gedaan. Maar was hij zo patriottisch als we denken? Hij had een voorliefde voor de westerse levensstijl. Zijn liefde voor de fles is onmiskenbaar. Alles wat met de islam te maken had, heeft hij geweerd. Van vandaag op morgen heeft hij van een volk een bende analfabeten gemaakt. De gebedsoproep moest in het Turks. Veel geleerden heeft hij een kop kleiner gemaakt. En het dragen van hoofddoeken werd ontmoedigd.

Dat neemt nogmaals niet weg dat hij veel gedaan heeft voor Turkije. Is hij een groot man? Ongetwijfeld. Heeft hij veel betekend voor Turkije? Zeer zeker. Verdient hij een prominente rol, ook vandaag? Ja. Is alles wat hij gedaan heeft goed? Daarop moet ik neen antwoorden.

Mohamed Laghmouch (1990), is sinds 2020 de vaste opiniemaker van de Jonge Turken. Hij heeft jarenlang gewerkt als Mediahuis-journalist. Hij is gepassioneerd door de Nederlandse taal en volgt voor ons de internationale en religieuze ontwikkelingen nauwlettend op.