Armenië verspreidt massaal nepnieuws over conflict in Nagorno-Karabach

Uit onderzoek van de Bulgaarse denktank CCBS blijkt dat er vanuit Armenië veel nepnieuws is verspreid over buitenlandse huurlingen in het conflict in Nagorno-Karabach.

Het zogenaamde nieuws werd gemeld door gebruikers van sociale media. De CCBS besloot onafhankelijke experts in te schakelen en de bronnen van heel wat Armeense artikels te checken na een groeiend aantal meldingen over nepnieuws.

Het eerste onderzochte artikel werd op 21 september gepubliceerd en ging over Syrische huurlingen in dienst van het Azerbeidzjaanse leger.

Volgens de denktank werd dat artikel de wereld in gestuurd door Kevork Almassian, een Syriër van Armeense herkomst, die zijn nieuws verspreidde zonder een specifieke of betrouwbare bron te vermelden.

Zijn bericht kreeg navolging bij zelfbenoemd onderzoeksjournalist Lindsey Snell, die Almassian citeerde in een bericht over de Hamza-divisie, een eenheid van het Syrische Nationale Leger die naar de Azerbeidzjaanse hoofdstad Baku gestuurd zou zijn.

Dat leger wordt gesteund door Turkije. Snell tweette haar artikel samen met een begeleidende foto van ongeïdentificeerde mensen op een vliegtuig waarvan de bestemming onbekend was.

Foto: Armeense vrijwilligers krijgen hun uitrusting voor ze naar het front vertrekken, Nagorno-Karabach, 29 september 2020.

Bovendien werd haar artikel opgepikt door de krant Greek City Times. “De meeste verwijzingen naar de Hamza-divisie in Baku zijn terug te leiden naar deze bron en op de onbevestigde tweet van Snell”, aldus de CCBS.

Een ander zogenaamd bewijs voor de aanwezigheid van huurlingen in het conflict wordt geleverd door het aantal overlijdens van buitenlanders dat wordt getoond. Zo stierf een soldaat aan een chronische ziekte terwijl hij in een Turks ziekenhuis lag, en sneuvelde een andere in Noord-Irak.

Foto’s van deze soldaten werden gebruikt om aan te tonen dat er Turken sneuvelden in Nagorno-Karabach. De CCBS kon het nepnieuws bewijzen door een ontgoochelde reactie van Abdurrahman Temelli, wiens neef de soldaat was die in Noord-Irak sneuvelde, tijdens de Turkse operatie Tijgerklauw.

Volgens Temelli werd de foto van zijn neef Serdar verspreid door een medewerker van het Armeense ministerie van Defensie.

Derde manier

Een derde manier van nepnieuwsverspreiding bestaat uit het bewerken van foto’s zodat het leek dat die genomen zijn tijdens het conflict in Nagorno-Karabach.

“Er is een foto (zie uitgelichte afbeelding) die zo bewerkt is dat ze lijkt op een selfie van Syrische huurlingen die samen met Azerbeidzjanen vechten. In werkelijkheid was het een foto van mensen met een Midden-Oosters uiterlijk waar iemand een Azerbeidzjaanse vlag in had gemonteerd”, meldt de CCBS.

Niet alleen via sociale media, maar ook traditionele media zijn betrokken bij de verspreiding van nepnieuws. Zo citeert een persbureau uit het Midden-Oosten zogezegd het Syrische observatorium voor de mensenrechten, in een bericht over Syrische huurlingen die alleen tot taak hebben de Azerbeidzjaanse olievelden te verdedigen.

Volgens de denktank is dat bericht onwaarschijnlijk omdat de olievelden in kwestie op 300 tot 400 kilometer van Nagorno-Karabach liggen, vlakbij of in de Kaspische Zee. Aangezien de olievelden worden geëxploiteerd door verschillende internationale oliebedrijven, concludeert de denktank dat die huurlingen daar niet konden zijn zonder toestemming van die bedrijven.

“Het gevecht tussen verspreiders van nepnieuws maakt de situatie op het terrein nog moeilijker om bloedvergieten te voorkomen, maar nog gemakkelijker om nieuwe partijen bij het conflict te betrekken”, besluit de CCBS.

Sinds 27 september vielen er al veel slachtoffers bij hernieuwde gevechten tussen Armenië en Azerbeidzjan, 2 voormalige Sovjetrepublieken. Die landen liggen al sinds 1991 overhoop over Nagorno-Karabach.

K.L.

(Bron: Sabah)