DELEN

Afgelopen week hebben spanningen in de westelijke provincie Arakan (Rakhine) van Myanmar een nieuw kookpunt bereikt. Het Myanmarese leger begon militaire operaties om ‘het gebied te zuiveren van terroristen’. Honderden (indien niet meer) mensen zijn omgekomen en tienduizenden Rohingya-moslims zijn op de vlucht geslagen. Vanuit de regio komen veel berichten over het disproportionele en bloedige geweld van het leger. Vluchtende Rohingya worden aangevallen door het leger en tientallen dorpen zijn reeds platgebrand. Op sociale media in Aziatische en islamitische streken hebben de gebeurtenissen tot grote verontwaardiging en woede geleid.

Onderdrukt, ongewild en ongeliefd

De Rohingya zijn een etnische moslimminderheid die al decennia zwaar worden vervolgd door de regerende militaire junta van Myanmar. Ze verschillen op cultureel, linguïstisch en religieus vlak van de boeddhistische meerderheid. De Rohingya zijn nooit geaccepteerd als volwaardige burgers door de overheid. De staat ziet hen als illegale vluchtelingen uit Bangladesh die niet autochtoon zijn aan de regio ondanks het feit dat de Rohingya al eeuwen in het gebied leven. Bangladesh ziet hen echter ook niet als hun burgers. Bijgevolg krijgen ze geen identiteitspapieren en beschikken ze niet over wettelijke rechten.

Volgens de VN behoren de Rohingya tot een van de meest vervolgde en onderdrukte minderheden in de wereld. Ze mogen niet vrij rondreizen in het land, ze moeten toestemming vragen om te trouwen en mogen niet meer dan twee kinderen krijgen. Arakan is de minst ontwikkelde provincie met 78% van de huishoudens die onder de armoedegrens leven. De socio-economische omstandigheden zijn zeer erbarmelijk in het gebied.

Grove mensenrechtenschendingen

Vele rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties bevestigen de berichten over grove mensenrechtenschendingen gepleegd door het Myanmarese leger. Dorpen worden massaal platgebrand, verkrachtingen zijn schering en inslag en folteringen vinden plaats op grote schaal. Bij repressieve acties sluit de overheid tienduizenden Rohingya op in ‘kampen’ die worden omschreven als moderne concentratiekampen. Volgens een hoge VN-beambte streeft Myanmar zelfs de volledige etnische zuivering van de Rohingya na, oftewel: genocide.

Honderdduizenden Rohingya zijn het land al ontvlucht en nu zijn weer tienduizenden op de vlucht geslagen. De buurlanden staan echter ook niet te springen om de Rohingya met wijde armen te ontvangen. Vooral Thailand en Bangladesh hanteren een ijzerharde ‘anti-immigratiebeleid’. Veel Myanmarese vluchtelingen bevinden zich in Maleisië en Bangladesh. Hun toestand als vluchtelingen in die landen is echter verschrikkelijk en mensonwaardig. De regionale landen en de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) bekommeren zich niet om het lot van de Rohingya. De Rohingya worden niet onterecht vaak omschreven als een staatloos volk dat niemand wil.

Plicht van de internationale gemeenschap

De VN-Veiligheidsraad zal op vraag van Groot-Brittannië samenkomen. De VN hebben de Myanmarese regering opgeroepen om de mensenrechten van de bevolking te garanderen. De internationale gemeenschap moet krachtdadig optreden tegen deze mensonterende tragedie die zich in klare daglicht afspeelt. Niet enkel de Myanmarese regering moet onder druk gezet worden. Tevens moet men de buurlanden aanzetten tot een regionale samenwerking voor een menswaardige opvang van de Rohingya. De wankele en zwakke Europese aanpak van de vluchtelingencrisis toont echter aan dat dit in een minder ontwikkelde regio een zeer moeilijke taak zal zijn.

Het delicate evenwicht dat de Zuidoost-Aziatische landen hanteren in hun onderlinge relaties moet natuurlijk niet aan diggelen geslagen worden, maar hun huidige geopolitieke toestand leidt tot zwijgzaamheid en zelfs inschikkelijkheid. Een krachtig signaal van de VN-Veiligheidsraad en extensieve diplomatieke stappen kunnen een solide basis leggen voor een regionaal samenwerkingsmechanisme in het kader van de Rohingya-kwestie.

Het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft zich zeer openlijk en krachtig uitgelaten over de gebeurtenissen. Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu gaf aan dat Turkije haar diplomatieke inspanningen voor de Rohingya zou blijven volhouden. Hij benadrukte eveneens het belang van de regionale landen in de kwestie. Hij sprak ook met zijn collega’s in Maleisië en Indonesië, landen die zeer goede relaties hebben met Turkije. Hopelijk zien we ook dergelijke stappen van andere landen met invloed in de regio zoals de Verenigde Staten, Japan en China (hoewel men niet veel hoop moet koesteren voor deze laatste).

Een ding staat echter vast: we mogen niet stil blijven voor deze 21e-eeuwse catastrofe van afgrijselijke proporties.

Tayfun Anil (21) is student Rechten aan de Universiteit Antwerpen en vice-praeses van studentenvereniging TOY.