Met de aankondiging van Donald Trump dat de VS nog maar 200 militairen in Syrië, en dan uitsluitend in Zuid-Syrië, zal behouden, heeft de deuren wijd open gezet voor de Turkse president Erdoğan om de Amerikaanse posities en legerbasissen in Syrië over te nemen. Dit heeft echter een immense discussie doen oplaaien.

Toch is een Turkse interventie in Noord-Syrië momenteel de enige rationele, en zelfs logische, optie die er is. Over Turkije is een verkeerd beeld blijven hangen toen de slag om Ayn el-Arab (beter bekend als ‘Kobanî’, zie foto hierboven) begon tussen Koerdische strijders en IS (Daesh). In beginsel wilde Turkije zowel de Irakese Koerden (de zogenoemde Peshmerge) en de Turkse Koerden niet doorlaten om in Ayn el-Arab de Syrische Koerden te ondersteunen. Later mochten eerst de Peshmerge, en later ook Turkse Koerden over Turks grondgebied naar Syrië wat ook massaal gebeurde. Toch bleef het aanvankelijke beeld hangen van een weigerachtig Turkije dat IS en Koerden tegen elkaar liet strijden. De emotionele en periodieke uitbarstingen van Erdoğan waarin hij zo een beetje alles en iedereen verwijten maakt, maakt het er niet beter op maar toch is de realiteit anders.

Een opendeur-beleid

Omdat Ayn el-Arab dicht bij de Turks-Syrische grens ligt, was de hulp van Turkije cruciaal bij het opvangen van Syrische vluchtelingen. Turkije heeft dan ook een opendeur-beleid gehanteerd tussen 2011 en 2016 wat erop neerkwam dat vluchtelingen zonder problemen de Turkse grens konden passeren. Alleen al rond de slag om Ayn el-Arab, heeft Turkije 200.000 vluchtelingen opgevangen. In totaal heeft Turkije inmiddels ruim 4 miljoen Syriërs opgevangen. Eerder bij de Golfoorlogen had Turkije, volgens Koerdoloog Martin van Bruinessen, honderdduizenden (vooral Koerdische) vluchtelingen opgevangen uit Irak. Latere investeringen hebben Noord-Irak een betrekkelijk rustig en welvarend deel van het Midden-Oosten gemaakt, mede dankzij massale Turkse geldstromen.

Martin van Bruinessen

In het geval van Noord-Syrië lijkt dit ook een plausibel scenario te zijn. Nu Ayn el-Arab het keerpunt bleek, en IS juist door Koerden in de verdrukking is gekomen, vergeet men dat er ook massaal wraakacties uitgevoerd worden.

Rekrutering van kindsoldaten

Volgens de Belgische krant De Standaard en Human Rights Watch maken de door Koerden aangevoerde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDS), veelvuldig gebruik van moordpartijen op (politieke) tegenstanders, martelpraktijken in gevangenissen, en ontvoeringen en rekrutering van kindsoldaten. Hierdoor zijn vooral Turkmeense en Arabische Syriërs bang voor de SDS-opmars. Daarnaast stoten ze zich verschrikkelijk tegen de personencultus rond de Koerdische leider Öcalan, die momenteel een levenslange gevangenisstraf uitzit in Turkije voor zijn rol in de dood van ongeveer 40.000 mensen.

Regionale machthebber

Hiermee komt de vraag op, of SDS wel de juiste keus is om IS te laten opvolgen als regionale machthebber. De recente toenadering van SDS en de Syrische president Assad geeft geen hoop op een vredig aftocht van de dictatuur van Assad. En nu Trump zich terugtrekt, lijkt Turkije de enige logische partij te zijn die het gebied kan pacificeren. Al twee keer eerder, in 2016 en 2018, voerde Turkije een korte militaire operatie uit in Noord-Syrië met de steun van het Vrije Syrische Leger; een oppositiegroep dat tegen Assad en IS strijdt, maar ook tegen SDS.

Beide militaire acties verliepen succesvol en zorgden ‘slechts’ voor een kleine stroom aan berichten over oorlogsmisdaden, zoals onzorgvuldige luchtbombardementen door Turkije, lijkschennis door het Vrije Syrische Leger (op de foto met omgekomen strijders), alsmede het gebruik van onschuldige burgers als menselijke schilden en de inzet van kindsoldaten (beide door SDS). Gezien de gepleegde oorlogsmisdaden onder IS, zoals genocidale zuiveringen, vrouwenhandel, massaverkrachting, etc., wordt dit gezien als een verbetering van de oorlogssituatie.

‘Stadsraad voor de stad Afrin’

Maar Turkije liet het niet slechts bij de militaire operatie. Kort na de succesvolle inname van delen van Noord-Syrië, installeerde Turkije de zogenoemde ‘stadsraden’ zoals de ‘Stadsraad voor de stad Afrin’. Hierin reserveerde Turkije posities voor één Turkmeense, maar ook 8 Arabische en 11 Koerdische politici, die een sterke mate van zelfbestuur genieten. Veel politieke gevangenen zijn hierop vrijgelaten uit Koerdische gevangenissen en Turkije heeft zich, volgens humanitaire hulporganisatie Syria Call, sterk ingezet om plunderende leden van het Vrije Syrische Leger op te sporen en straffen. Eén compleet VSL-bataljon werd zelfs opgeheven door Turkije vanwege aanhoudende plunderingen. Hierdoor is er lokaal veel steun ontstaan voor zowel Turkije als het Vrije Syrische Leger.

Mede door deze stabiliserende acties van Turkije, besloot Trump in juni 2018 om in te gaan op het Turks voorstel om gezamenlijk de stad Manbij te bewaken wat al sinds juli 2018 gebeurt. Na intensieve besprekingen in augustus en september 2018, hebben Erdoğan en Trump op 19 september 2018 een deal gesloten over de overname van Amerikaanse legerbasissen. Dit werd in december 2018 door Trump de wereld ingeslingerd met een Twitter-bericht.

Nu Erdoğan daarop heeft benadrukt dat hij de Koerdische bevolking zal beschermen en zich richt op rebellengroepen (van IS tot SDS), lijkt de weg vrij voor een Turkse interventie in Noord-Syrië met de daarop volgende pacificatie en stabilisatie.

Armand Sag is als historicus verbonden aan het Instituut voor Turkse Studies in Utrecht.