Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 26 mei de Duitse beslissing om een ​​betoging in Keulen door de Democratische Partij van de Volkeren (HDP)  toe te staan, veroordeeld als een “dubbele standaard”.  Zeker nadat Duitsland eerder had aangekondigd dat ze het niet zouden toelaten dat politici van de regerende partij daar campagne zouden voeren.

“Deze onoprechte aanpak, die we sterk veroordelen, kan niet worden verzoend met democratie, de strijd tegen het terrorisme en verwachtingen van een normalisatie in de Turks-Duitse betrekkingen,” zei het ministerie.

Turkije zal op 24 juni presidents- en parlementsverkiezingen houden, waarbij 3 miljoen buitenlandse Turken mogen stemmen, waarvan 1,4 miljoen in Duitsland. Turkije zal de vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen anderhalf jaar eerder dan gepland houden.

Niet zullen toestaan

Duitsland, Oostenrijk en Nederland hebben allemaal reeds aangekondigd dat ze Turkse politici niet zullen toelaten campagne te voeren op hun grondgebied voorafgaand aan de verkiezingen, daarbij verwijzend naar bezorgdheid over de openbare orde.

Relaties tussen Ankara en EU-landen

De diplomatieke relaties tussen Ankara en een aantal Europese landen werden in 2017 getroffen door het referendum van april 2017. Dit referendum betekende de overgang naar een uitvoerend presidentieel systeem, waarbij veel Turkse politici geen toestemming hebben gekregen om verkiezingscampagnes te houden in Europa.

Gedeporteerd

Nederland heeft een Turkse minister gedeporteerd omdat ze geen toestemming had gevraagd van de autoriteiten, waardoor Erdoğan werd aangespoord om de ‘nazi-achtige’ tactieken aan de kaak te stellen. Erdoğan vertelde op zijn terugvlucht vanuit Zuid-Korea op 3 mei aan verslaggevers dat een verbod op Turkse politici om campagne te voeren in het buitenland “ondemocratisch” is.

Hurriyet

B.L.J.