DELEN
Murat YETKIN

Op de dag van de mensenrechten, 10 december, was Istanbul slachtoffer van een aanslag waardoor 38 mensen, waaronder 30 politieagenten om het leven kwamen. Zo’n 160 mensen geraakten gewond. Een dag van nationale rouw werd afgekondigd.

Na de wedstrijd tussen Beşiktaş en Bursaspor ontplofte een voertuig buiten het Beşiktaş stadium. Een tweede explosie vond plaats, 45 seconden na de eerste. De zelfmoord-terrorist rende om zich te mengen tussen het volk, om zo nog meer slachtoffers te kunnen maken. Het was echter de politie die deze man halt hield. Het is zeker dat door hun optreden de terrorist gefaald heeft, hierbij lieten de vier betrokken agenten hun leven.

Vernietiging

Zes uur later kwam er een officieel bericht van de minister van Binnenlandse Zaken Süleyman Soylu. President Tayyip Erdoğan verklaarde de volgende dag dat deze mensen “vernietigd zullen worden”. Dit is een cliché dat al vier decennia lang gebruikt wordt door de opeenvolgende Turkse regeringen. De eerste minister vertelde ook op die dag dat de aanslag zonder twijfel uitgevoerd werd door de PKK.

Een paar uren later heeft de TAK, een onderdeel van de PKK, de verantwoordelijkheid opgeëist.

“Het enige dat hij wilde, was dokter worden en nu kan ik zijn lichaam terug naar huis brengen”

Volgens minister Soylu was het al geringe tijd geweten, via inlichtingen, dat er een grootschalige terroristische aanval was gepland in Istanbul, hoogstwaarschijnlijk door de PKK. Dit doet vragen rijzen over hoe het dan mogelijk was voor de terroristen om een voertuig dat volgeladen was met explosieven neer te kunnen zetten in hartje Istanbul. Sterker nog, een kilometer verwijderd van het kabinet van de eerste minister. Vreemd was het ook dan dat de aanslag viel op dezelfde dag dat de politie van Istanbul aankondigde dat zij een grootscheepse anti-terreuractie hadden ondernomen, in alle stilte, met deelname van zo’n 40.000 politieagenten.

De regeringsleden waren er zeer snel bij om de slachtoffers uit te roepen tot martelaren om de gemoederen te bedaren. Het martelarenschap is het hoogste dat een moslim kan bereiken zodanig dat zijn plaats in het volgende leven verzekerd is.

Maar Salim Akbas, de vader van Mustafa Berkay Akbaş die als 19-jarige student geneeskunde studeerde in Ankara en op vakantie was voor een weekend in Istanbul, verklaarde in woede en pijn dat hij niet wilde dat zijn zoon een martelaar zou zijn.

 

“Hij werd vermoord. Het enige dat hij wilde was dokter worden en nu kan ik zijn lichaam terug naar huis brengen”, vertelde de grievende vader voor de camera’s.

Geen uitgewerkte strategie

Direct na deze en nog voor de spoedraad met President Erdoğan, verklaarde minister Soylu dat er maar één punt op het agenda van de regering stond, “wraak”. Dit was een ongelukkig woord om in gebruik te nemen, aangezien dit laat uitschijnen dat de regering geen uitgewerkte strategie heeft in de strijd tegen terrorisme, behalve dan het geweld met geweld te beantwoorden.

Turkije bevindt zich momenteel in de staat van noodtoestand. Deze werd uitgeroepen na de gefaalde militaire couppoging op 15 juli. Elke daad van terreur is hierna omgezet in een rechtvaardiging voor het toepassen van strengere maatregelen. Dit resulteert in meer beperkingen van de vrijheden, maar faalt in het stoppen van terreurdaden.

Presidentieel systeem

Gebruik makend van die nieuwe populaire steun, als resultaat van de gefaalde coup, heeft de AK-partij samen met de MHP een nieuw grondwetsontwerp ingediend. Dit in lijn met de wil van Erdoğan om een presidentieel systeem in te voeren. De aanslag gebeurde dan ook een paar uur na de officiële bekendmaking van het ontwerpgrondwet.

Zulke terreurdaden leiden niet enkel tot strengere politiemaatregelen in Turkije. Zij worden tegelijk gebruikt om de de uitvoerende tak van de staat meer macht te geven. Zelfs de herinvoering van de doodstraf staat nu op het agenda. De herinvoering van deze laatste zou ernstige schade kunnen richten aan de economische en politieke banden met de EU en het Westen.

Steunbetuigingen van Europa

Deze keer, in tegenstelling tot de gefaalde bloedige couppoging, was de EU en de rest van het Westen zeer spoedig in het overmaken van hun steunbetuigingen. Dit laat de Turkse regering geen excuus meer over om te beweren dat zij alleen achtergelaten zijn in de strijd tegen terreur.

De methode die Ankara momenteel gebruikt, is niet de beste manier om terrorisme te bestrijden. Nieuwe daden van terreur zullen waarschijnlijk nieuwe verdelingen doen ontstaan in de samenleving. Dit zal niet enkel de veiligheid en de democratie in Turkije in gevaar brengen, maar ook de veiligheid van Europa.

Hurriyet