DELEN

De uitspraak van de Brusselse Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) in de PKK-zaak gaf aanleiding tot verontwaardigde reacties in het binnen- en buitenland. De Turkse overheid noemde België zelfs ‘een zwakke schakel in de strijd tegen terreur’. Een heldere juridische analyse over deze aanmerkelijke uitspraak met beladen gevolgen noopt zich dan ook.

Het federaal parket had de verwijzing naar de correctionele rechtbank gevraagd van 36 verdachten wegens deelname aan terroristische activiteiten. De Brusselse KI oordeelde echter dat de PKK geen terroristische organisatie is, maar een partij in de Turkse burgeroorlog. Bijgevolg is de Belgische terreurwetgeving ook niet van toepassing en werden de verdachten vrijgesproken. Een opmerkelijke redenering, daar de PKK op de EU-terreurlijst prijkt.

Door de manke jurisprudentiële transparantie van de Belgische justitie kunnen we helaas niet de uitspraak ten gronde volledig bekijken. Desondanks is het mogelijk om een begrenzende analyse te maken steunend op beleerde aannames over de aangevoerde rechtsbronnen.

Wel of geen terreurwetgeving

De antiterreurwetgeving wordt geregeld in artikelen 137 tot 141ter van het Stafwetboek. Artikel 140 van het Strafwetboek bepaalt dat eenieder die direct of indirect materiële hulp verschaft aan een terreurorganisatie gestraft kan worden (i.e. fondsenverwerving met bedreiging of geweld). Artikel 140ter stelt het rekruteren van personen strafbaar (i.e. ronselen en opleiden van jonge Koerden).

Indien het parket niet kan bewijzen dat de verdachten opzettelijk hulp aan de PKK verschaften, dan zijn ze natuurlijk onschuldig en moet de rechtbank hen vrijspreken. In dit geval is er geen vuiltje aan de lucht.

Dat is echter niet wat er gebeurd is voor zover we weten. De verdachten zijn vrijgesproken omdat de terreurwetgeving überhaupt niet van toepassing is in deze zaak, los van het feit of ze nu wel of niet materiële hulp aan de PKK hebben verstrekt. Het parket kan de materiële hulp bewezen hebben, maar als de rechtbank oordeelt dat de PKK geen terreurgroep is, -en dus niet onder de terrorismewetgeving valt- is dat weinig relevant.

Gewapende strijdkracht

Deze vrijspraak vindt haar juridische oorsprong in de uitsluitingsgrond van artikel 141bis. Volgens dit artikel zijn de bepalingen aangaande de terroristische misdrijven niet toepasselijk “op handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict als gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht (…)”. In lekentermen betekent dit dat de PKK een gewapende deelnemer is in de Turkse burgeroorlog, onderworpen aan het internationaal oorlogsrecht, en geen terreurgroep, onderworpen aan de terreurwetgeving.

Het internationaal oorlogsrecht

Om te spreken van een gewapende strijdkracht in het internationaal oorlogsrecht moet er [1] een identificeerbare leider, [2] een duidelijke organisatie- en commandostructuur en [3] een verantwoordelijk bevel dat het internationaal humanitair recht doet naleven aanwezig zijn.

Ook moet er natuurlijk een gewapend conflict aan de gang zijn. Over dit element velde het Hof van Cassatie een belangrijk arrest in mei 2016. Het komt onaantastbaar aan de rechter toe om soeverein te beoordelen of er sprake is van een gewapend conflict.

Hier ontstaat er een discrepantie tussen de feitelijke handelingen van de PKK en de juridische vereisten van een gewapende strijdkracht.

Enerzijds is de voldoening aan de vereiste van een verantwoordelijk bevel dat het humanitair recht doet naleven bedenkelijk. De PKK eist regelmatig (zelfmoord)aanslagen op burgers en executies van niet-gewapende ambtenaren op. Dit doet ze op haar eigen, officiële spreekbuis (de website van de ‘HPG’). Flagrante schendingen van het oorlogsrecht worden triomfantelijk geprezen, laat staan dat men de verantwoordelijken zou vervolgen. Van een dergelijk verantwoordelijk bevel is dus geenszins sprake.

Anderzijds is het element van het gewapend conflict niet altijd toepasselijk. In het Zuidoosten van Turkije is er inderdaad een gewapend conflict aan de gang tussen twee gewapende partijen, het Turkse leger en de PKK. De PKK is echter ook actief in andere delen van het land, waar geen aanhoudend, gewapend conflict bezig is. Als voorbeeld zijn er de zelfmoordaanslagen in Ankara en de aanslag op een gerechtsgebouw in Izmir. Waar geen gewapend conflict aanwezig is, kan er juridisch ook geen sprake zijn van een gewapende strijdkracht. Het Hof van Cassatie vermeldde dit expliciet in het eerder aangehaald arrest.

Het loutere feit dat de PKK deelnemer is aan een aanhoudend, gewapend conflict kan haar niet aan de kwalificatie van terroristische organisatie onttrekken. In dezelfde zin oordeelde het Hof van Cassatie over de terreurgroep Jaysh Al-Nusra in Syrië.

Bovenop deze elementen belijdt de PKK een extremistische ideologie waarin geweld en angst een prominente rol spelen ter verwezenlijking van politieke doeleinden. In de rechtspraak en in de wetgeving zijn dit positieve en constitutieve bestanddelen voor de beoordeling van een terreurgroep.

Pertinente vaststellingen

Helaas kunnen we de precieze redenering en motiveringsgronden van de KI niet bekijken. Toch kunnen er enkele pertinente vaststellingen besproken worden.

Wat met de bepaling van de PKK als terreurorganisatie door de EU? België moet wel op grond van haar EU-verplichtingen optreden tegen PKK-leden en personen die de PKK financieel steunen. Naast de onjuiste juridische benoeming brengt deze rechterlijke uitspraak ook de plichten van België in EU-verband in het gedrang.

Gelegitimeerd

Bovendien wordt een gewelddadige organisatie die zich verrijkt via illegale bronnen in Europa hiermee gelegitimeerd. Wat zal de Correctionele Rechtbank in Hasselt moeten beslissen over de drugsinkomsten die naar de PKK vloeien vanuit een Limburgse drugsbende? Financiële steun aan een terreurgroep is namelijk een verzwarend element in het bepalen van de strafmaat.

Tot slot dient vermeld te worden dat de Belgische rechtbanken zeker geen uniforme rechtspraak hanteren in de kwalificatie van extremistische organisaties als terreurgroepen. Het beruchte DHKP-C-proces werd zo tot viermaal toe (!) voor een Hof van Beroep gebracht waarbij er steeds verschillende uitspraken werden geveld op grond van exact dezelfde feiten. De uitspraak van de Brusselse KI is dus geen waarborg dat de Belgische justitie de PKK voortaan niet als terreurgroep zal zien.

Tayfun Anil (21) is student Rechten aan de Universiteit Antwerpen en vice-praeses van studentenvereniging TOY.